
LA CABALLUSA, CASAS DE IBAÑEZ en EL PAREDON
La Caballusa
Op 4,6 kilometer van de bebouwde kom van Pinoso, in het zuidwesten van de gemeente, ligt La Caballusa. Het is een kleine gemeenschap met weinig inwoners, maar met de levendigheid van mensen die wonen in een rustige, stille omgeving midden in de natuur. Momenteel wonen er het hele jaar door vier gezinnen, al is het er in het weekend merkbaar drukker.
Aan het einde van de 19e en het begin van de 20e eeuw waren de huizen die nu verlaten zijn nog volop in gebruik. De bewoners leefden van wat het land hen bood: ze verbouwden granen, druiven, olijven en andere streekproducten, waarmee ze zowel in hun eigen onderhoud voorzagen als inkomsten genereerden om opnieuw te kunnen zaaien en oogsten. Ook de veeteelt speelde daarin een belangrijke rol. Na een lange werkdag op het land zochten de bewoners ontspanning door te gaan dansen in omliggende gehuchten, tenzij er feest was in La Caballusa zelf. Met de komst van de industrie veranderde dit echter: veel inwoners trokken naar de stedelijke kernen, waardoor huizen en landbouwgronden in verval raakten. Tegenwoordig lijkt die trend zich langzaam te keren. Vooral de komst van elektriciteit en stromend water heeft ertoe bijgedragen dat mensen terugkeren naar hun land, al is het vaak slechts voor vakanties of korte verblijven.
Hoewel steeds meer huizen opnieuw worden bewoond en er nieuwe woningen bijkomen, blijft La Caballusa dunbevolkt. Eind jaren tachtig telde de pedanía slechts zo’n vijftig inwoners, verspreid over de kleine kern en omliggende gehuchten zoals Casa de Tomaset, Casa de Mario, Casa de Arsenia, Casas de Pastor, Casa de Casimira, Casa del Tío Camilo en Casa de Damas.
Sinds 1990 beschikt La Caballusa over een kapel, waar het beeld van de Virgen de la Asunción wordt bewaard. Ter ere van deze beschermheilige wordt jaarlijks feest gevierd, met als hoogtepunt de bedevaart die in de vroege ochtend van 15 augustus vanuit Pinoso naar de pedanía trekt. Deze trekt veel gelovigen, die ondanks de zomerse hitte deelnemen. Voor sommigen is de tocht tegenwoordig minder zwaar, omdat de toegangsweg naar La Caballusa inmiddels geasfalteerd is en populair is geworden bij wandelaars. Voor wie wel behoefte heeft aan nieuwe energie, wordt na de mis een gezamenlijk ontbijt aangeboden met torta en wijn.
Vóór de bouw van de kapel vonden de feesten van La Caballusa enkele jaren plaats aan het einde van de zomer, tussen eind augustus en eind september, om niet samen te vallen met de inmiddels verdwenen feesten van Calle Sant Roc. Later werd de datum aangepast aan de feestdag van de patrones. Zoals in veel andere gehuchten is ook hier de traditionele “sueltas de vaquillas” (loslaten van jonge stieren) verdwenen vanwege strengere veiligheidsregels. In plaats daarvan heeft de gemeenschap met creativiteit nieuwe invulling gegeven aan het programma, zoals de herintroductie van traditionele lintenraces.
Vanaf verschillende punten in de pedanía geniet men van een prachtig uitzicht op Pinoso en de Cabeço.
Het gebied ligt op ongeveer 500 meter hoogte en wordt doorkruist door de langeafstandswandelroute GR-7. Bij La Caballusa verlaat deze route de regio Valencia en gaat over in de naburige regio Murcia. Een grenssteen markeert deze overgang op de route die Zuid-Spanje met Griekenland verbindt en door meerdere Europese landen voert.
Casas de Ibañez
Het gaat om een verspreid gelegen pedanía, met een kleine kern die zich concentreert rond de weg naar Jumilla. Het belangrijkste bevolkingsgedeelte ligt zelfs precies op de provinciegrens, waardoor sommige huizen al tot de regio Murcia behoren. De plek wordt gekenmerkt door haar typische grotwoningen. Vroeger werd er in sommige van deze grotten gedanst. Tegenwoordig zijn een aantal ervan ingrijpend aangepast aan moderne wooncomforts, terwijl andere nog in hun oorspronkelijke staat te bewonderen zijn en hun charme behouden hebben. Helaas zijn er ook grotten ingestort of op het punt dat te doen.
Op ongeveer 3,5 kilometer van de dorpskern liggen verschillende gehuchten: Casica de la Balsa, Casa Monsenal (of Mosen Navidad) — die inmiddels niet meer bestaat nadat ze werd gesloopt door de huidige eigenaren van de omliggende gronden —, Casa Cotoño (of van Tía Cotoña), El Sequer (het dichtst bij het dorp gelegen gehucht) en de kern Casas de Ibáñez, waaraan de pedanía haar naam dankt. Daarnaast zijn er de laatste jaren kleine landhuizen en buitenverblijven gebouwd, waarbij men dankbaar gebruikmaakt van de rust van de omgeving.
Net als bij Cañada del Trigo liggen er aan de andere kant van de provinciegrens, op het grondgebied van Jumilla, eveneens Casas de Ibáñez. Het lijkt erop dat bij de historische afbakening van de provinciegrenzen weinig rekening is gehouden met bestaande nederzettingen, hun gebruiken en onderlinge banden.
De pedanía ligt op 495 meter hoogte en wordt omringd door uitgestrekte wijngaarden, aangevuld met andere gewassen. Vanuit de omgeving heeft men mooie uitzichten op Pinoso en het omliggende landschap. De Cabeço waakt als het ware over het dorp, dat zich tegen zijn flanken nestelt.
Enkele decennia geleden lag er nabij de hoofdhuizen een motocrosscircuit, waar eind jaren zeventig en begin jaren tachtig verschillende wedstrijden werden gehouden. Vandaag is daar niets meer van over. Sinds 1998 is het circuit definitief uit het landschap verdwenen, al zullen liefhebbers van de motorsport zich de spectaculaire sprongen en steile hellingen nog goed herinneren.
Het agrarische landschap is gevarieerd: naast de wijngaarden zijn er fruitboomgaarden langs de weg naar Jumilla en groeien er olijf- en amandelbomen in de omliggende heuvels. In de jaren zeventig werden, om het tekort aan irrigatiewater op te vangen, twee waterbekkens aangelegd: één bij El Sequer en een andere nabij de kern van de pedanía.
Tegenwoordig bezitten veel families een woning in Casas de Ibáñez, al wonen zij vaak elders en gebruiken zij hun huis hier als weekend- of vakantieverblijf, ver weg van de drukte van stad of dorp. De grotwoningen blijven een bijzonder en kenmerkend element van deze plek, waarvan er nog steeds verschillende bewoond zijn. In de afgelopen jaren zijn er duidelijke verbeteringen doorgevoerd: er is drinkwater aangelegd, straatverlichting geplaatst, een park aangelegd en de landelijke wegen zijn aanzienlijk verbeterd. De tijd heeft hier zichtbaar vooruitgang gebracht.
In het gebied van El Sequer bevindt zich een van de weinige grote huizen uit de 18e eeuw die in de gemeente bewaard zijn gebleven: de Casa de la Pava, ook wel bekend als het huis van de familie Poveda. Deze familie bezat meerdere gebouwen in de omgeving, waaronder een ommuurde moestuin waarin zij zelfvoorzienend produceerden. Het huis vertoont nog altijd tekenen van de vroegere welstand, met rijk gedecoreerde bovenkamers, sierlijke geveldetails, kroonlijsten, balkons en omlijste ramen in barokstijl, zoals die destijds ook in grotere steden in de provincies Alicante en Murcia te zien waren. Op de gevel bevindt zich bovendien een tegelretabel gewijd aan de Heilige Drie-eenheid, aan wie de bewoners bescherming toevertrouwden.
In een lager gelegen straat van het gehucht is tegenwoordig een kleine herberg gevestigd, waar traditionele maaltijden worden geserveerd en recreatieve activiteiten worden georganiseerd. De eigenaren zetten sterk in op plattelandstoerisme, met initiatieven zoals de “Ruta de Jaume el Barbut”, een route die bezoekers meeneemt door het landschap van de uitlopers van de Sierra del Carxe, waar deze historische figuur zich volgens de overlevering ophield of schuilhield.
Op basis van historische documenten wordt vermoed dat dit gehucht overeenkomt met wat op kaarten uit de 16e, 17e en 18e eeuw wordt aangeduid als Casas de Costa of Casas de Acoste. Op sommige kaarten uit de 19e eeuw verschijnen zowel Casas de Costa als Pinoso naast elkaar, wat zou kunnen betekenen dat deze pedanía ouder is dan de huidige dorpskern van Pinoso. Dit blijft echter een hypothese die verder onderzoek vereist.
Wat de feesttradities betreft: deze worden gevierd ter ere van de Virgen del Perpetuo Socorro. In sommige jaren gaan de festiviteiten niet door en sluiten de bewoners zich aan bij die van het naburige Alberquilla, aan de andere kant van de provinciegrens. Wanneer de feesten wel plaatsvinden, worden ze gehouden in het park dat de gemeente midden jaren negentig heeft aangelegd.
El Paredon
In 1849 beschreef Pascual Madoz deze nederzetting als volgt: een klein gehucht in de provincie Alicante, behorend tot het gerechtelijk arrondissement Monóvar en het grondgebied van Pinoso. Het lag op ongeveer een halve legua ten noorden van het dorp en bestond uit een twintigtal verspreide woningen. Er was een kapel waar de bewoners zelf een priester aanstelden en betaalden om er de mis te vieren, een herberg langs de weg naar Madrid en een overwegend vlak en vruchtbaar gebied waar granen, wijn, olie, anijs en amandelen werden geproduceerd.
Aan de weg naar Yecla, op 5,2 kilometer van Pinoso, ligt El Paredón, de pedanía die het grondgebied van de provincie Alicante afsluit en de overgang vormt naar de regio Murcia. Gelegen aan de voet van de Sierra de Salinas, in het noorden van de gemeente, bevindt deze nederzetting zich op een hoogte van 480 meter. In de omgeving vallen de talrijke landelijke bouwwerken op, die getuigen van het eeuwenoude gebruik van deze plek als doorgangsroute. Zo zijn er resten van Romeinse wegen terug te vinden, evenals de zogenaamde cucos (stenen schuilhutten), die langs de historische Vereda Real de Serranos liggen.
Ook op archeologisch vlak is El Paredón bijzonder rijk. In de nabijheid van de belangrijkste kern zijn sporen gevonden die erop wijzen dat zowel Iberiërs als Romeinen deze plek gebruikten om te wonen en zich te verplaatsen. Dit blijkt onder meer uit vondsten in de gebieden La Muela en Los Cabecicos. In dat laatste gebied is een stuk Romeinse weg bewaard gebleven, dat later dienstdeed als veedrijverspad. Een andere belangrijke vondst is een grenssteen met inscripties, ontdekt in de buurt van La Muela.
Zoals veel andere pedanías kende El Paredón in de jaren zestig en zeventig van de twintigste eeuw een sterke bevolkingsafname. In die periode sloot ook het bekende Casino de Taranina, een ontmoetingsplek waar men zowel kaartte als op zondagmiddag danste. Tegen die tijd was de toren van de destilleerderij al lang buiten gebruik geraakt en begonnen verschillende oude huizen in verval te raken.
In 1970 telde El Paredón nog 116 inwoners, verspreid over de centrale kern rond de oude kapel en over verschillende gehuchten zoals Casa de Amorós, Casa de Don Simeón, Casilla del Ingeniero, Casa de Soler, Casa de Ramos en Casa de Tomás Agustí. Begin jaren negentig werd de oude kapel van El Paredón gerestaureerd en in 1995 werd de omgeving opgeknapt, met de aanleg van een klein park achter het gebouw. Later volgden straatverlichting en de verharding van de wegen die de verschillende gehuchten met elkaar verbinden.
Na de drukke zomerperiode in Pinoso sluit El Paredón eind augustus het feestseizoen af met festiviteiten ter ere van de Virgen de los Dolores. Door de onregelmatige structuur van de nederzetting is de route van de processie bijzonder: de verschillende gehuchten liggen op enige afstand van elkaar, waardoor de stoet soms langs akkers en terrassen trekt. Dankzij de verbeterde wegen verloopt deze tocht tegenwoordig echter een stuk comfortabeler.
ERMITA VAN LOS DOLORES (EL PAREDÓN)
De kapel van El Paredón is een landelijke ermita, gelegen in het gehucht zelf, op ongeveer 5 kilometer van Pinoso langs de weg naar Yecla. Men gaat ervan uit dat deze al vóór 1795 bestond, aangezien zij wordt vermeld door Montesinos. Hij beschreef haar als een fraaie landelijke kapel, gewijd aan María Santísima de los Dolores, waar dagelijks mis werd gevierd, bekostigd door de plaatselijke landbouwers.
De ermita heeft een bijzonder en herkenbaar karakter. Vanop afstand steekt zij af tegen het landschap als een witte kaars in een zee van wijngaarden. Vooral de vormgeving van de gevel valt op: deze wordt naar beneden toe breder door de integratie van steunberen, wat het gebouw een robuuste uitstraling geeft. De kapel is naar het zuiden gericht. Boven de sobere, wijnkleurige toegangsdeur bevindt zich een rond venster met glas-in-lood, centraal geplaatst in het fronton. Daarboven rijst een eenvoudige klokkengevel (espadaña), bekroond met een driehoekig topstuk en een ijzeren kruis.
Voor de ingang staat een jonge acacia, die in de toekomst schaduw zal bieden aan bezoekers en pelgrims.
De plattegrond is rechthoekig (9,29 bij 5,36 meter). Binnenin herinneren twee spitsboogvormige diafragma-arcades en een doorlopende zitbank aan de ermitas uit de tijd van de Reconquista. Het presbyterium ligt iets verhoogd en bevat een neoklassiek retabel, waarin zich het oorspronkelijke beeld van Nuestra Señora de los Dolores bevindt. Links bevindt zich de toegang tot de sacristie.
De kapel is goed onderhouden en in recente jaren gerestaureerd, waardoor zij haar historische en architectonische waarde heeft weten te behouden.
Volgende week de laatste 3 pedanias van Pinoso met een verrassend stuk met een route over petrogliefen.
gerelateerde berichten
