Costa Blanca, Pinoso en zijn 10 gehuchten

Costa Blanca, Pinoso en zijn 10 gehuchten

PINOSO

De oudste overblijfselen in het Pinoso-gebied dateren uit het Laat-Paleolithicum, maar pas tijdens de Bronstijd begon zich een stabiele nederzetting te ontwikkelen. Er zijn overblijfselen gevonden in Camarillas, Lel en Castillarejo, en in mindere mate in Calafuch en in de grotten van Moneda, Arenas en Cordeles. Ook de romanisering was intensief, zoals blijkt uit de ligging van vier dorpen in het gebied. Tijdens de Andalusische periode tussen 700-1240 waren er een aantal verspreide boerderijen in de Pinoso-regio. De Moorse bevolking introduceerde nieuwe landbouwtechnieken, irrigatiesystemen en gewassen zoals amandelen en druiven.

Na het Verdrag van Almizra (1244) werd dit gebied onderdeel van de Kroon van Castilië en opgenomen in de heerlijkheid Villena. In 1296 annexeerde Jacobus II van Aragon de regio waartoe Pinoso behoorde, bij het koninkrijk Valencia. Het gehucht waaruit Pinoso zou ontstaan, behoorde tot Monóvar en heette Casas de Costa (Kusthuizen) en is het te vinden op talloze kaarten uit die periode.

Kroniekschrijvers uit die tijd vertellen dat dit grensstadje vaak bezocht werd door de Castiliaanse en Aragonese adel, omdat het destijds een ideaal jachtgebied was, zeer gewild vanwege het wild. Het was grotendeels onbewoond tot de landbouw- en kolonisatiepogingen die in de 18e eeuw begonnen.

In 1773 kreeg het de naam Pinoso, in een tijd waarin de bevolking aanzienlijk toenam. Juist vanwege ruimtegebrek werd de kerk in 1739 gebouwd op de plek van een oude kluizenaarspost en gewijd aan de apostel Petrus.

Het hele gebied was grotendeels onbewoond tot de landbouw- en menselijke kolonisatiepogingen die in de 18e eeuw begonnen. De bevolking groeide van ongeveer 20 inwoners tot meer dan 1.000 in minder dan een eeuw, en bleef toenemen.

19e eeuw – De onafhankelijkheid van Pinoso

Door de grote afstand tussen Pinoso en Monóvar ontstonden er vaak praktische problemen, vooral wanneer er belangrijke zaken geregeld moesten worden. Daarom groeide bij de inwoners het verlangen naar een eigen gemeentebestuur en een eigen gemeente.

In 1812 begon Pinoso met het proces om zich af te scheiden van Monóvar, gebruikmakend van de nieuwe Grondwet van Cádiz, die de oprichting van nieuwe gemeenten mogelijk maakte. Toen koning Fernando VII later weer aan de macht kwam en de grondwet afschafte, werd dit proces tijdelijk stopgezet. Toch kreeg Pinoso op 24 november 1812 al een eerste gemeentebestuur.

In 1820, tijdens een periode waarin de grondwet opnieuw gold, werd het streven naar zelfstandigheid hervat, mede doordat de ontevredenheid over het bestuur vanuit Monóvar bleef groeien.

Begin 1826 gaf de koning uiteindelijk toestemming voor de onafhankelijkheid van Pinoso. De plaats kreeg de status van villa (stadsrechten) en een groot grondgebied, waar toen ook Algueña en La Solana bij hoorden. Voor deze onafhankelijkheid moest Pinoso wel een aanzienlijke som geld betalen aan de kroon.

Halverwege de 19e eeuw werd de scheiding volledig, toen ook de parochie van Pinoso onafhankelijk werd van die van Monóvar. In deze periode werd in 1851 de Virgen del Remedio uitgeroepen tot beschermheilige van het dorp en ontstonden vanaf 1856 de eerste religieuze broederschappen.

Economisch ging het goed met Pinoso, dat vooral een landbouwdorp was. In het laatste kwart van de 19e eeuw groeide de wijnbouw sterk, doordat de wijngaarden in Frankrijk waren aangetast door de phylloxera-plaag. Dit zorgde voor meer handel en trok nieuwe bewoners en arbeiders aan, waardoor de bevolking groeide tot bijna 8000 inwoners.

20e eeuw – Ontwikkeling van Pinoso

In 1906 kregen de feesten van Pinoso een belangrijkere rol met de organisatie van de eerste jaarmarkt (feria). In dezelfde periode begon een nieuwe burgerlijke klasse in het dorp zich te ontwikkelen. Om hun sociale leven en vrije tijdvorm te geven, ontstonden verschillende recreatieve verenigingen. Een van de bekendste was La Peña, die vandaag de dag nog steeds bestaat, al was het niet de enige vereniging.

Ook op cultureel gebied waren er belangrijke ontwikkelingen. In 1929 werd de Unión Lírica Pinosense opgericht, een muziekvereniging die ontstond uit de samenvoeging van de twee muziekbands die toen in Pinoso actief waren.

Voor de economische ontwikkeling van het dorp was ook de opening van het landbouwsyndicaat van groot belang. Deze organisatie ondersteunde de lokale landbouw met verschillende afdelingen en diensten.

In 1933 werd Algueña een zelfstandige gemeente en maakte zich los van Pinoso. Tegelijkertijd had de regio te maken met een crisis in de wijnsector in de jaren twintig. Samen met emigratie naar grotere steden zoals Alicante, Elche, Elda en Petrer leidde dit tot een sterke daling van het aantal inwoners. De bevolkingsgroei bleef daardoor lange tijd vrijwel stil staan.

Pas in het laatste kwart van de 20e eeuw begon Pinoso opnieuw te groeien. Dit kwam vooral door de economische ontwikkeling rond de marmerachtige kalksteengroeven van Monte Coto. De exploitatie van deze steengroeven bracht veel inkomsten voor de gemeente en zorgde ervoor dat Pinoso voorzieningen kon ontwikkelen die normaal gesproken alleen in grotere plaatsen te vinden zijn.

200 jaar Pinoso (1826–2026)

Op 12 februari 1826 kreeg Pinoso officieel het recht om een zelfstandige gemeente te zijn. Dat betekende dat het dorp niet langer bestuurd werd vanuit Monóvar en een eigen gemeentebestuur mocht hebben.

Dit jaar 2026, precies 200 jaar later, viert het dorp dit historische moment met een groot herdenkingsjaar en vele activiteiten voor inwoners en bezoekers.

Links met activiteiten in en rondom Pinoso

What to visit? – Pinoso Town Hall

Events – Pinoso Town Hall

Tourist Routes and Activities – Pinoso Town Hall

Er zijn 10 gehuchten rondom Pinoso die bij de gemeente horen, deze samen hebben ongeveer 20% van de inwoners van groot naar klein qua aantal:

1-EL RODRIGILLO, 2-ENCEBRAS, 3-UBEDA, 4-CASAS DE IBAÑEZ, 5-PAREDON, 6-LEL, 7-CULEBRON, 8-CABALLUSA, 9-CAÑADA DEL TRIGO (CASAS DEL PINO), 10-TRES FUENTES

Volgende posts zullen gewijd worden aan de gehuchten van Pinoso